info foto's links

Katoenveem: pakhuis

Keilestraat 39 Rotterdam

Rijksmonument 524363
Gebouwen, woonhuizen
1920 J.J. Kanters

ⓘ  Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Inleiding

PAKHUIS, hoofdonderdeel van het complex "Katoenveem", gebouwd in 1920 naar een functionalistisch ontwerp van de architect J.J. Kanters.

Omschrijving

Het Katoenveem is in gewapend beton opgetrokken op een rechthoekige plattegrond (138 x 43 m) en gesitueerd op de pier tussen de Keile- en de Lekhaven, waarbij het pakhuis (in lengterichting) parallel aan de Keilehaven ligt. Het pakhuis omvat één hoge bouwlaag en een gedeeltelijke, lagere verdieping. Het pakhuis is door brandmuren verdeeld in vijf compartimenten, waarvan het middelste compartiment twee traveeën breed is en de overige compartimenten drie traveeën breed zijn.

Op het platte dak bevinden zich per compartiment twee dubbele sheds en ook de verdieping is voorzien van een dubbele shed. Het middelste compartiment draagt twee enkele sheds. Noordoostelijk op het platte dak bevindt zich de schuin geplaatste, kleine rechthoekige verdieping waarin zich vroeger de monsterkamer bevond. Noordelijk van deze kleine verdieping steekt de blokvormige, overkragende toren van de liftschacht ver boven het dak uit. De brandmuren steken eveneens iets uit boven het platte dak. Het pakhuis is op 8 m. hoogte rondom voorzien van een laadbalkon met een ijzeren balustrade. Het platte dak kraagt zover uit dat het als luifel het laadbalkon overdekt. Zowel luifel als balkonvloer worden gedragen door zich verjongende betonnen consoles. Parallel aan de westelijke helft van de noordgevel leidt een betonnen bordestrap naar het laadbalkon. De oostgevel (Keilestraat) bevat op de begane grond, tussen uitspringende betonnen pijlers, 18 ijzeren (schuif)laaddeuren (Kinnaer-systeem), waarvan 9 enkele deuren en 9 dubbele deuren. Aan de oostelijke helft van de zuidgevel bevindt zich een kleine rechthoekige lage vleugel met een driezijdige uitbouw aan de zuidzijde. De oorspronkelijke rechthoekige vensteropeningen zijn hier wel zichtbaar, maar grotendeels dichtgemetseld. De vleugel bevat in de oostgevel een stalen deur en in de westgevel een (kleine) ijzeren dubbele schuifdeur. Aan de zuidgevel van dit lage gebouwtje leidt een betonnen rechte steektrap naar het platte dak en daar vandaan een dito trap naar het laadbalkon. Aan de westelijke helft van de zuidgevel bevindt zich een betonnen bordestrap naar het laadbalkon, conform de trap aan de noordgevel. De westgevel (havenzijde) bevat op de begane grond per pakhuiscompartiment twee dubbele ijzeren (schuif)laaddeuren. Alleen het middelste compartiment bevat slechts een dubbele laaddeur. De kade aan de Keilehaven is voorzien van twee steigers.

In het interieur vormt ieder veemcompartiment een grote ruimte van circa 12 meter hoog, waarvan circa 8 meter beschikbaar was voor de opslag van katoenbalen en de overblijvende 4 meter ruimte biedt aan een systeem van op betonnen kolommen rustende loopbruggen en hangende rails, waarlangs de balen door middel van electrische loopkatten verplaatst konden worden.

Waardering

Het betonnen pakhuis "Katoenveem" gebouwd in 1920 naar een functionalistisch ontwerp van J.J. Kanters, is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische, typologische en bouwhistorische waarde en is bovendien van belang binnen het (pakhuizen)oeuvre van de architect J.J. Kanters.

carduran site cardura 1 mg

monumentenregister ▸